Kloostergewelf 600 jaar

04:25 in bericht by Talma Joachimsthal

Op dinsdag 9 oktober 2012 bestond ons geliefde kloostergewelf 600 jaar! Ter ere daarvan werd een heerlijk Middeleeuws Maal geserveerd door Troost & Proost. Voor herhaling vatbaar… op naar de 601 jaar!

 


Een stukje historie
Het Abraham Dole-klooster, gewijd aan Sint Ursula, was genoemd naar de stichter Abraham Dole. Het werd ook wel het Braemdolen-convent of Brandoly-klooster genoemd. Abraham Dole was een lid van een aanzienlijk Utrechts geslacht. Hij woonde ‘onder de smeden’. Dat wil zeggen, de wijk waarin de smeden hun bedrijven hadden. De huidige Smeestraat herinnert nog daaraan. Abraham Dole was, met een aantal andere ingezetenen van Utrecht, in 1399 getuige bij het besluit van de ‘insluiting’ van de zusters van van het St.Ceaciliaconvent aan de Neude. Wellicht bracht dit hem op de gedachte zelf een klooster te stichten.

Het Abraham Dole-klooster was bestemd voor 24 ‘maagden’ en weduwen, die leefden volgens de regels van St.Fransiscus. Het is niet bekend wanneer het klooster is gesticht, wél werden de ‘zusters van de Heilige Ursula’ al in 1396 werden genoemd. Het begijnhuis van St.Nicolaas koos toen een overste uit de nonnen van St.Ursula. De nonnen woonden toen blijkbaar al bijeen. In het testament van Abraham Dole van 1408 vermaakt hij zijn nalatenschap aan zijn zoon Jacob, priester, en aan zijn dochter Lisebeth. Hij schenkt aan het klooster jaarlijkse inkomsten uit landerijen en andere goederen. Er moet daarvan een kapel en een altaar bij het door hem gestichte klooster worden gebouwd. Ook de regent van het klooster kreeg inkomsten.

Als stichtingsdatum wordt 9 october 1412 aangehouden, de dag waarop de bisschop van Utrecht, Frederick van Blankenstein, abt Arnoldus van het nabij gelegen St.Paulusabdij de opdracht gaf om de nonnen voor een jaar op proef ‘in te sluiten’, dat wil zeggen, dat de nonnen het kloosterterrein niet mochten verlaten. Een jaar later werd de insluiting definitief. In hetzelfde jaar stelden de twee pastoors van de Buurkerk, onder wiens jurisdictie het klooster viel, een priester aan voor de 24 zusters om de diensten in de kapel te leiden, de sacramenten te bedienen en hun biechtvader te zijn.

De gebouwen van het klooster
De gebouwen van het klooster lagen om een binnenterrein dat werd omsloten door de Hamburgerstraat, de Lange Nieuwstraat, de Abraham Dolesteeg en de Oude Gracht. Op het terrein bevonden zich een aantal woningen voor de behuizing van de kloosterzusters. Enkele van deze huizen en de bijbehorende terreinen bleven in het bezit van wereldlijke personen. Zo grensde de tuin van Oude Gracht 224 ‘Dromenburch’, eigendom van Johan Droom, onmiddellijk aan de kapel. Het klooster zelf stond op de plaats waar nu een niet meer als zodanig gebruikt schoolgebouw staat.

Onder dat gebouw bevindt zich nog de oorspronkelijke kelder van het klooster (hier huist nu IDR). Vanuit deze kelder ging een smalle kelder naar de werf aan de Oude Gracht, waar de nonnen een washuis hadden. In 1459 kreeg het klooster toestemming om meer percelen bij hun terrein aan te kopen. Wellicht betreft dit de huizen Abraham Dolesteeg 10 en 12. Nummer 10 was van 1505 tot 1602 een pesthuisje. Het had een onderaards gangetje onder de steeg door naar nummer 12. Het is de enige onderaardse gang in Utrecht waarvan het bestaan is aangetoond. In 1468 mocht er op de werf van de Oude Gracht een washuis worden gebouwd, dat niet hoger mocht zijn dan de omliggende huizen en niet dichterbij de gracht dan vijf Utrechtse voeten. En in 1474 mocht er een uitgang naar de Hamburgerstraat worden gemaakt.

Het klooster kocht in 1487 het pand Oude Gracht 224, twee huizen die staan ‘op de hoek van het wed’ met acht huizen daarachter en drie huizen in de Hamburgerstraat. Het huis aan de gracht , bedoeld zal zijn het terrein, mocht zoveel worden ingekort als nodig was om een ‘dormitorium’, een slaapgebouw, te maken dat achter een huis aan de Hamburgerstraat zou komen te staan. Zij mochten ook een kelder maken die uitkwam op de gracht. De huizen zouden alleen mogen worden verhuurd aan mensen met een goede naam. Het kloostergebouw bestaat niet meer, het is in 1888 afgebroken om plaats te maken voor een schoolgebouw dat gedeeltelijk werd gefundeerd op de fundamenten van het klooster. Onder het gebouw zit nog het oorspronkelijke kloostergewelf.